Mabel - wist 't? - Smit |
||
Nieuw: Bestellen / In de boekhandel / Bekijk ludiek interview (Youtube) / Lees fragment / Bekijk omslag (pdf) In zijn onderkoelde stijl laat Books zijn politiemensen via noest recherchewerk zeer langzaam maar zeer zeker dichterbij de oplossing van de beide zaken komen - Vrij Nederland, Detective- en Thrillergids Zeer genoten van dit boek - Jolanda, Thrillerhyves M.P.O Books heeft met dit deel weer een detective van groot formaat geschreven - Eva Krap, BangerSisters.nl
|
Anders zou u, in het geval de verdwijning bekend werd, verweten kunnen worden dat u niet voldoende gedaan heeft om verspreiding van de inhoud te voorkomen. Maar, dan begrijp ik het niet. Linda had het over een brief van Bruinsma. Ik geef toe dat zij toen zei, dat zij de brief wilde laten publiceren. Ik verzette me daartegen. Nu zegt u dat die brief nooit bestaan heeft. Waarom zou ze zoiets doen? Omdat, vervolgde de rechercheur, dat een onderdeel van het plan was. Zij was aldoor uit op de beschadiging van het koningshuis. Ze wist dat u met het plan nooit in zou stemmen. Daarom deed ze de ene dag alsof er een brief was, zodat u in het bestaan ervan ging geloven, terwijl de andere dag de brief verdween. Zij zorgde ervoor dat het nieuws over het bestaan ervan uitlekte, alsof er echt een brief zou zijn geweest. Zodat ik het bestaan ervan niet zou kunnen ontkennen. Precies! U werd verteld dat er een brief was, en dat nam u aan. U werd verteld dat de brief verzonden was door mevrouw Ross, en ook dat nam u aan. Maar beide aannames zijn onjuist. Ik heb mevrouw Van IJmuiden zojuist met deze vervalsing van mijn collega geconfronteerd. Ze reageerde, zoals ik gehoopt had. Ze begreep onmiddellijk dat ik haar doorhad, en besloot te doen alsof ze van niets wist. Alsof ook zij een vervalste brief had gekregen. Linda, hoe heb je in vredesnaam zon plan in je hoofd gehaald? Kun je dat niet begrijpen, Jan?, beet ze hem toe. Haar gezicht was nu vertrokken in woede. Het was bijna alsof ze de woorden als venijn in het gezicht van haar fractievoorzitter spuugde. Er wordt beweerd dat prins Bernhard in de Tweede Wereldoorlog een brief naar Hitler heeft gestuurd, waarin hij zich als stadhouder van Nederland aanbiedt. Voor die brief bestaat geen hard bewijs, maar alleen al het gerucht stelt de prins in een kwaad daglicht. Dus dacht ik, waarom kan ik niet een brief van Bruinsma verzinnen? Het was me gelukt, als ik voorzichtiger was geweest! Kijk maar naar de media-aandacht die ik heb weten te veroorzaken. Zelfs de koningin is in verlegenheid gebracht! Dit had ze van mon amour niet verwacht. De populariteit van het koningshuis moet nu wel snel dalen! Eindelijk kunnen we van die achterlijke toestand verlost worden! Wat gebeurt er nu?, wilde de fractievoorzitter weten. Hij zag de twee rechercheurs opstaan. De oudste van de twee schudde afkeurend zijn hoofd. Als dit bekend wordt, is het vreselijk. Ik heb hier nooit mee ingestemd. Ik heb haar verteld de brief te vernietigen. Ze heeft mij net zozeer voor haar karretje willen spannen als zij u. Het imago van mijn partij staat op het spel! Rechercheur Petersen was naar de deur gelopen. Hij draaide zich om. In gedachten zag hij de kraaloogjes van Peek, die een primeur eisten. Hij begreep dat de media-aandacht nu bevrediging eiste, anders zou de kwestie jarenlang blijven dooretteren. Het bestaan van de brief moest ontzenuwt worden. Ook ten koste van de partij van de fractievoorzitter? Hij liep terug naar het bureau en pakte de door Ronald Bloem geschreven brief. Morgen staat het in de krant. Dat de brief een vervalsing is. Moet daarin komen te staan wat Linda heeft gedaan? Ondanks het feit dat hij in eerste instantie informatie had achtergehouden, mocht Petersen de fractievoorzitter wel. Nee, zei hij, dat zal niet gebeuren. Het is genoeg dat het publiek weet, dat er een poging is gedaan het koningshuis zwart te maken met een gefingeerde brief. Dat is deze in elk geval! Petersen wilde de kamer verlaten, maar Linda van IJmuiden hield hem bij de schouder tegen. Denk maar niet dat ik het hierbij laat zitten, siste zij, zonder een blijk van dankbaarheid te tonen dat hij haar de hand boven het hoofd hield. We moeten van dat koningshuis af! Vroeg of laat zal het lukken! Kom mee, Ronald, zei Bram Petersen, die zich losschudde, we gaan naar Veenendaal terug. Ik breng liever mijn tijd in de tuin door, dan naar dit mens te luisteren! Slot |
|